In Sas-van-Gent, pal aan de Belgisch-Nederlandse grens, gaat het zogenoemde spookhuis tegen de vlakte. Het is de al lang verlaten directeurswoning van een glasfabriek die intussen een andere bestemming kreeg. De constructie is in erg slechte staat, leeggeroofd, kaalgeplukt, en lijkt op het eerste zicht niet waardevol genoeg om te redden of te restaureren.
Tot overmaat van ramp hebben, zoals we in Man Bijt Hond zagen, allerlei parapsychologische weirdo’s zich meester gemaakt van het aura van het gebouw. Slopen die handel, denkt een realist als uw dienaar dan.
Stoomfluit
Toch heb ik een boon voor verlaten en vervallen landhuizen, villa’s, belle epoque-kasteeltjes en horeca-gebouwen waar de stank van brakke modder al lang het aroma van lookboter of konijn met pruimen heeft verdrongen. De verklaring ligt uiteraard, zoals voor alles, in mijn kindertijd.
Vlakbij de ouderlijke woning liepen 2 opgedoekte spoorwegen, de ene naar Ieper, de andere had Menen als eindbestemming. Het stationnetje lag in de schaduw van een gazoduc, ooit gebeurde er een moord.
Niet ver daarvandaan sneed nog een overwoekerde ijzeren weg door het vlakke landschap, de ooit rechtstreekse verbinding Torhout-Oostende. Lang voor dit soort sites werd opgewaardeerd tot groene wandel- en fietspaden, struinde ik die ongebruikte spoorbeddingen af.
Als je goed luisterde, hoorde je ver weg nog de echo een stoomfluit. En dat plotselinge witte wolkje uit een brandend braambos was toch een late rest van de stoompluim van een lokomotief met marchandise?
Cluysenaer
Het leuke was dat je daar niet alleen af en toe een stuk verroest spoor of dwarsligger, een eikenhouten biels dus, of resten van seinpalen of slagboompjes en zelfs een half in de grond gezakt wagonnetje of tender vond, maar soms ook heelder gebouwtjes in een primitieve Cluysenaer-stijl, naar de architect die Brabant 150 jaar geleden bezaaide met erg op elkaar lijkende maar toch altijd net iets andere wachthuizen en ijzerweggebouwen, met daaromheen zo’n typische betonnen afsluiting bekroond door een metrisch of floraal motief. Belgische cultuur bestaat. Een van de iconen van Belgische kunst is trouwens een spookhuis: het Rijk der Lichten van René Magritte.
Distels en paardenbloemen, varens en reuzen-ijsberenklauw overwoekerden het pad. Overal wipten sprinkhanen en fladderden rode libellen. Leeuwerikken klauwierden ten zwerk, soms schoot een haas of een fazant weg, achternagezeten door een vos of een wezel, de zon verzengde het landschap, het was zomer.
Raar en verwilderd
Geleidelijk vielen mij ook elders angstaanjagende en vreeswekkende rare woningen op, met donkere muren, kleine ramen, gesloten deuren, overkappende daken, en een verwilderde tuin. Op de steenweg van Deinze naar Drongen stond een mooi exemplaar, het fietspad moest er zelfs een ommetje voor maken.
In die tijd bengelden de straatlantaarns in het midden boven de kalsijde aan wiebelende kabels. Des avonds verlichtte zo’n oude wiegende lantaarn de geheimzinnige woningen nog mysterieuzer.
Heel wat van mijn dromen hadden zo’n sinister huis als decor. Later ging ik graag wandelen langs de nu door de luchthaven ondergeschoffelde Oude Haachtsesteenweg in Diegem, met zijn vervallen garages en spijshuizen in bastaard-art deco. Die taferelen tref je nu alleen nog aan in de provincie Henegouwen.
De geschiedenis
Tweede reden waarom ik dat huis in Sas-van-Gent maar niets vond: het staat daar in zijn bloot gat in een kaal landschap zonder context. Een spookhuis hoort overwoekerd te wezen door lang ongesnoeide oude bomen, struikgewas, takken en gebladerte, en half ingestorte schuurtjes, zodat je nooit zeker weet of die lichtschijn achter een raampje van een zwakke gloeilamp binnen kwam, of van de maan die heel even tussen snel vliedende wolken verscheen.
Een spookhuis is toch een menselijk project dat weggegeven is aan de natuur. Hetzelfde gebeurt met vergeten autowrakken. Dat dacht ik, tot ik de geschiedenis van het bedreigde huis in Sas-van-Gent vernam, en begon te pierewaaien als de haan op de instortende kerktoren van Oostmalle tijdens de orkaan in de jaren 60.
Het spookhuis dat pal aan de Nederlands-Belgische grens staat, is in 1905 ontworpen en gebouwd door de Belg Joseph Jacobs voor de Saint-Gobain-glasfabriek. De man woonde er 20 jaar met zijn gezin, de achterkleinkinderen leven nog en vinden elkaar in weemoedige strijdbaarheid.
Wereldoorlog
Nederland is door de neutrale status ontsnapt aan de eerste wereldoorlog. Duitse soldaten bewaakten de grens om te verhinderen dat jonge Belgen via Nederland naar Groot-Brittannië zouden raken, Schotland ondermeer, om daar te figureren in boeken van Annelies Beck.
Op de grens stond een elektrisch geladen prikkeldraad, een aftakking daarvan raakte aan de Saint-Gobain-tuin. Een Duitse deserteur die van een trein was gesprongen, bleef ooit haperen aan die draad en stierf. Inderdaad, er loopt ook een spoorweg vlakbij, het verhaal wordt helemaal interessant. Er sneuvelde zelfs een schoothondje onder een stroomstoot, paarse vlammen schoten uit zijn oren.
Met een wijnton zonder deksel noch bodem hielp het gezin Jacobs jongeren over de grens. Het hout isoleerde hen van de dodelijke schrikdraden. 100 vluchtelingen vonden een schuilplaats in de lege loodsen van de glasfabriek. Ook 4 auto’s, een Minerva ondermeer, werden in de hangars aan begerige Duitse ogen onttrokken.
Erfgoed
Een 26jarige Belgische kapitein betuigde na de oorlog zijn dankbaarheid voor verzorging als gewonde met een portie oesters. Hij bleef maar komen met schaaldieren, en trouwde uiteindelijk met een dochter des huizes.
Redenen genoeg om het spookhuis te bewaren. Het staat dan wel in Nederland, maar het speelde een rol in ons verhaal van 1914-18. Waarom zou in de Europese Unie een eigen monument niet over de grens kunnen staan?
Geachte heer Bourgeois, Vlaams minister van erfgoed, prins-beschermheilige van memorialen van de Andere Oorlog, dit huis is een prachtig en authentiek onderdeel van onze eerste wereldbrand-geschiedenis. Der Krieg, la guerre en the great war woedden ook buiten West-Vlaanderen. Haast u naar Sas-van-Gent en smijt u voor de bulldozers en de slopersbol!
@Allen: reageren op deze blog impliceert dat u instemt met de regels voor deelname aan onze discussieforums; lees ze dus – mod






Mooi verhaal, alleen spijtig van die loeier van een taalfout: het meervoud van leeuwerik is leeuweriken!
@ Bart Degryse
Ja, dàt is nu echt de essentie van het verhaal!