Weblog Lucas Vanclooster

Dank u, Knack

18 / 02 / 2011

Knack leerde ik kennen op de jaarbeurs in mijn stad. Tussen de vaatwassers, mixers, magnetofonografen en stoommachines had Roularta daar in die tijd een stand, waar je normaal gratis nummers kreeg van De Weekbode. Het was november, Knack bestond een half jaar, maar ik had het nog niet gezien. Er over gehoord wel…Onze onvolprezen leraar geschiedenis en esthetica had het soms over het nieuwe blad NEC. Dat klonk veelbelovend, modern. Uiteindelijk bleek het tijdschrift simpelweg KNACK te heten, ons eerste echte informatieblad.

Op woensdagmiddag

In het zog van Knack waagden anderen zich aan concurrentie. Het veel linksere Vrijdag, van Jos De Man, met ondermeer Jean-Luc Dehaene en Hedwig Speliers, hield het een klein jaar vol. Spectator raakte nooit los van het ACV. En Topics, Markant en Komma (of was het Punt?) kwamen zelfs niet van de grond. Intussen kon Knack het bestand vrij gemakkelijk behouden op ruim 100.000 exemplaren. Voor meer dan 1 pluralistisch en open blad is er blijkbaar geen plaats. Knack verscheen niet toevallig op woensdagmiddag, dan konden de onderwijzers en leerkrachten het rustig lezen.

In die dagen bevielen vooral de maatschappelijke artikels mij, criminaliteit, emancipatie der vrouw, abortus, luchtbezoedeling…Ik vond er inspiratie voor thematische groepswerken op school. Maar ik knipte niets uit, want ik zou die leerzame periodieken sparen! Mijn broertje kreeg, na enig aandringen, de reclamebladzijde van de NSU RO 80 (een auto met een wankelmotor).

Twaalf stielen

En warempel, ik verzamelde ze. Het is een forse stapel, hoewel ik maar gedurende een paar jaar een abonnement had, en nauwelijks nummers koop sinds ik op de VRT werk, waar ze met Knacks naar je hoofd smijten na het bijna rituele gevecht om als eerste Koen Meulenaere te verscheuren. Alleen in tijden van watersnood en na een schaar- en lijmpot-aanval van mijn dochtertje, ging er wel eens een exemplaar verloren.

Mijn leven is er één van 12 stielen, 13 ongelukken en 14 verhuizingen, en telkens ging die stapel mee. Tot ongenoegen van helpers en vriendinnen. Dat je boeken spaart en verhuist, OK, maar Knacks…Sindsdien verhuisde ik mijn papier zelf, alleen. Het deed mij denken aan Gerard Reve die aandoenlijk schreef over het vele papier dat hij over de aardkorst meesleepte.

Koppen op de cover

Nummer 1 op 18 februari 1971, met Paul-Henri Spaak en zijn parkiet op de cover, kostte 20 frank. Op de volgende cover stond minister van wetenschapsbeleid Theo Lefèvre.
Dan volgden staatssecretaris van landbouw Tindemans, Walter De Buck, Jos Van Eynde. Bij de Kop hoorde trouwens een volslagen onverstaanbaar interview. In die beginfaze maakte Knack reclame met het argument dat ze ook Creedence Clearwater Revival behandelden. Jawel, dat deed ene Peter Cnop, over onleesbaarheid gesproken…

Verschillende VRT-collega’s schreven een tijd voor Knack, Herman Henderickx , Mieke Strynckx, Ivan Ollevier, Sabine VandePutte. Valère De Scherp bijna, die wilde perse gratis werken, maar dat vertrouwen commercanten uit Roeselare niet.

Anthierens en Struye

Na een paar aarzelende jaren en een bescheiden omvang kwam Knack in 1975 op kruissnelheid. De topperiode duurde tot zowat 1990. Er verschenen sprankelende literaire en stedelijke katernen, Johan Anthierens en Johan Struye deden hun eigenzinnige ding. Opvallend is dat Anthierens nog altijd actueel is en fris klinkt, terwijl de bijdragen van de helaas jong overleden gentleman Struye nu kant noch wal lijken te raken.

Maar ik blijf Struye voor 1 anecdote dankbaar. Ooit stormde iemand opgewonden de redactie binnen, met de kreet: ik heb een primeur!! Voor primeurs moet je bij de kruidenier zijn, antwoordde Struye laconiek.

Ook Rik van Cauwelaert ben ik erkentelijk voor zijn genadeloze afrekening met die zwaar overschatte brave Beatles. In Feiten en Mensen was Gerrit Six weldadig op dreef, Patrick Duynslaegher tilde de filmrecensie op literair niveau. Hoe hij Franse films onderspitte! Het enige emotionele moment was toen de overvoede Gerard Depardieu op een paard klom, dat dreigde te bezwijken, luidde het eens.

Van den Boeynants

Edward Van Heer en Roger Arteel bedreven theaterkritiek die in de buurt kwam van Wim Van Gansbeke op omroep Brabant. Een tijdlang was Paul Van den Boeynants in zekere zin vast medewerker. Zijn Rechten op Antwoord waren langer dan de gedocumenteerde stukken onderzoeksjournalistiek van Walter De Bock waarop hij reageerde. Frank De Moor laakte de ruimtelijke wanorde in Maurice Lippens’ Het Zoute. Ik vermeld nog de voortreffelijke historische bijdragen van Marc Reynebeau, en de cartoons van Gal, al kunnen die ook wel vermoeiend zijn.

Met Frans Sus Verleyen, directeur-hoofdredacteur voor het leven, had ik het moeilijker. Ik herinner mij zijn ontroerende verdediging van Het Onderwijs, maar ook veel pedante stukken. Op het einde van Boudewijn gedroeg hij zich als koninklijk raadgever.

Idolatrie

Verleyens idolatrie voor Verhofstadt en diens nu alleen door zijn ergste vijanden nog vermelde Burgermanifest grensde aan het pathetische. Verhofstadt was overigens de eerste interviewee die een bladzijgrote foto kreeg. Waarom? Tegelijk kon Dehaene nooit iets goed doen.

Dat hele pakket extra-bijlagen en cadeaus in die plastic zak hoeft voor mij niet. Een goed blad bestaat uit 1 stuk. Vrij Nederland dacht ook een tijd dat massa’s bijlagen voor een grotere verkoop zouden zorgen. Op tijd zagen ze in dat dit niet zo is. Focus hoort in de Knack zelf, Weekend zou een apart tijdschrift moeten worden.

Dat was het trouwens in de vroege jaren 80. Eens hadden ze de toen nog sexy Joan Collins op de cover. Met woorden en letters dwars overheen haar décolleté. Zo komen we meteen bij HET pijnpunt van Knack: de mottige omslag-lay-out.

Alleen eind jaren 80, met de rode omranding à la Der Spiegel, had Knack een mooie cover. Helaas gaven ze dat na een paar jaar weer op voor een bollenwinkel van slechte cartoons en lelijke collages.

Toen Hubert Van Humbeeck Verleyen opvolgde, interviewde ik hem voor Actueel. Mijn laatste vraag was of hij nu zou zorgen voor aantrekkelijke covers. Het keulende in donder.
Een blad moet ook zijn anachronismen eren. Hopelijk blijven de rubrieken Dammen en Schaken nog lang behouden.

Herinnering

Een van mijn mooiste Knack-herinneringen speelt zich af in Marokko, tijdens een rondreis in 1991. In de kleine zuidelijke stad Ouarzazate (waar ik zo zat was, in Ouarzazate) lag een kromgetrokken door de zon verkleurde Knack van maanden daarvoor in de kiosk. Voor 20 frank. Het deed me denken aan de Jaarbeurs uit mijn scholierentijd. Dank u Knack.


@Allen: reageren op deze blog impliceert dat u instemt met de regels voor deelname aan onze discussieforums; lees ze dus – mod

1 Antwoord op “Dank u, Knack”

  1. Jeanne Hanseeuw :

    Merkwaardig ! Deze morgen kwam ik voor de eerste maal in contact met Knack, een blad dat ik nog nooit gelezen heb. Deze middag keek ik op deredactie of er een voor mij interessante blog te genieten viel. En wat zie ik ? De naam Knack ! Het contact van deze morgen betrof de naam van een dichter, die in Knack schrijft, dus louter toeval. Er gaat dus duidelijk weer een deurtje open. Herinneringen en poëzie zijn een troost. Dank u, Mijnheer Vanclooster, Ik hoop nu maar dat u niet beschuldigd wordt van reclame. Ik weet niet wie wiens vriend is en wie wiens vijand, zou ik misschien toch maar beter mijn mond houden ?

Plaats een antwoord op het bericht