Weblog Lucas Vanclooster

Ruim vrije baan voor den autobus van De Lijn

02 / 06 / 2011

Vroeger waren ze in rood, blauw of groen, echte kleuren, de bussen van de Nationale Maatschappij der Buurtspoorwegen. Rood, dat waren de staatsbussen, bladgroen de verpachte lijnen, die reden met voertuigen van plaatselijke constructeurs als DeSot, Bostovo, Brossel of AutoMiesse, de donkerblauwe verzorgden het lokaal verkeer in een stad.

In mijn geboortehaardstede zette de plaatselijke bus-exploitant afgedankte autocars in. Die hadden oranje zonnevenstertjes bovenaan. En de chauffeurs waren vriendelijk, behulpzaam en grappig. Boven de meerdelige voorruit hing een bordje: défense de cracher. Vaak praatte de bestuurder met een verdacht mooie vrouw uit een niet zo hoog aangeschreven straat. Veel poëtischer dan de auto van mijn vader zaliger, en dat was nochtans een DKW Junior…

Nodig en nuttig

Onlangs reisde ik met De Lijn van Halle naar het Zuidstation. Heerlijk vlot zoefde de bus op zijn eigen vrije baan voorbij de files, vooral ter hoogte van Sint-Pieters-Leeuw, waar het al om 15 uur een hopeloze chaos was. Neen, die busbaan veroorzaakte de file niet, dat deed de onoordeelkundige inplanting van een mega-Ikea aldaar. Hiervoor zijn vrije busbanen nu bedoeld, dacht ik. Dank aan de moedige politici die dit hebben verwezenlijkt.

Ik legde de lectuur van A la Recherche du Temps Perdu van Marcel Proust even terzijde, en keek uit het raam. Tiens, zag ik daar niet een kopstuk van Febiac, Touring of een donkerblauwe partij sakkerend aan het stuur van zijn BMW X9 of Lexus hybride SUV? Als daar maar geen wetenschappelijk rapport van komt, dat meteen naar de media gaat, vreesde ik al. En jawel hoor….

Vrije busbanen zijn nodig en nuttig. Vooreerst omdat de meestal bescheiden gebruiker van het openbaar vervoer een aanmoediging en beloning verdient. Ten tweede omdat zo’n lekker vorderende autobus vol gezellig multicultureel keuvelende mensen een pedagogisch aspect heeft. Op een bepaald moment moet zo’n vastgeroeste dichtgeslibde automobilist zich toch afvragen: waarom zit ik niet in die prachtige bus?

Win-win-situatie

Zo’n vrije baan is ook goed voor de andere gemotoriseerde weggebruikers. Ooit al achter een tram of bus gehangen op de Alsembergsesteenweg? Jasses. Altijd een stopplaats uiteraard als het verkeerslicht net groen is, dat beweegt voor geen meter. Was er daar maar een eigen bedding. Niets triestiger en hinderlijker dan een dubbelgelede bus die even moeizaam als een stervende rups doorheen het verkeer worstelt en kruipt.
En die systemen om buschauffeurs toe te laten de verkeerslichten te beïnvloeden die Mieke Vogels 2 decennia geleden al aankondigde, komt daar nog wat van? Vlot openbaar verkeer betekent ook betere particuliere bewegingen. Een win-win-situatie noemen ze dat al jaren.

Kaartjesknipper

Vrije busbanen zijn ook goed voor de gezondheid. Onlangs bleek dat het ziekteverzuim bij De Lijn een stuk hoger ligt dan het gemiddelde. Je kan je daar lacherig vanaf maken, of je kan de toestand eens ernstig bekijken. Ik neem ook wel eens een bus die vanuit het landelijke Leuven of agrarische Londerzeel om het maar niet te hebben over het idyllische Steenokkerzeel Brussel binnenduikt, en dan in mobiele omstandigheden van een heel ander soort terechtkomt. Zenuwslopend.

Ik vernam dat 4 op de 5 gebruikers van een Brusselse tram zwart rijden. Ik hoop dat de wattman zich er geen fluit van aantrekt, of denkt: nog altijd beter gratis op de tram of bus dan met de auto.
Sinds de maatschappijen voor openbaar vervoer de kaartjesknipper hebben afgeschaft, om te besparen, moeten ze dubbel zoveel investeren in camera’s en andere beveiligingssystemen. Geef mij maar weer op de kusttram die jongen in grijze stofjas die tickets, in verschillende kleuren, verkocht, uit een houten openklapbaar bakje.

Zwarte vlaggen

Nog een argument. Die bussen van De Lijn zijn Vlaams vakmanschap. Wereldklasse van VanHool en Jonckheere. Daar kan de NVA toch niet tegen zijn. Nu maken ze in Vlaanderen en Brussel uiteraard ook auto’s. Ik wacht met spanning op een wetsvoorstel dat politici die daar recht op hebben verplicht om een hier gebouwde auto als dienstwagen te gebruiken. Iets tegen een Audi A1, electrische Volvo, Ford Mondeo of Galaxy misschien? Ministers en partijvoorzitters hoeven toch niet met dezelfde automobiel als koning Albert te rijden. Trouwens, waarom gebruikt ons koningshuis grotere en duurdere limousines dan de dynastieën in Nederland en Scandinavië?

Als de overheid de euvele moed heeft om tientallen of honderden kilometer vrije busbaan, of fietspad, aan te leggen, dan zullen daar onvermijdelijk wel een paar hectometers slecht gekozen, onveilig, nutteloos of onoverzichtelijk bij zijn. Wie niets doet, doet weinig verkeerd. Nou goed, pas die dan aan. Maar er zijn zaken waar ik veel droeviger van word…

Van die gewezen politicus die nu in de transportbusiness zit bijvoorbeeld die overal lege autobussen meende te ontwaren. Waar? Waar? Of van eigenaars die zwarte vlaggen plaatsen in hun voortuintje met dubbele oprit voor 2 Range Rovers als protest tegen een busbedding. Het gebeurt aan de Haachtse Steenweg. Je kan het zien vanop het nu nog hopeloos in het spitsverkeer stilstaande vehikel van De Lijn.

Bakfietsen

Tussen Brussel en Vilvoorde, Wemmel en Grimbergen ontdek je nog her en der restanten van wat eens de vrije bedding was van legendarische trams, den 58 ondermeer. Kilometers lang soms, en wraakroepend ongebruikt. De tram is afgeschaft en vervangen door een bus die op de gewone weg sukkelt. Strombeek-Noordstation: 1 uur. Vroeger de helft. Met destijds dubbel zoveel reizigers.

Beste Touring, Febiac, Febetra en zelfverklaarde mobiliteitsdeskundigen van politieke partijen… Wilt u aub het plaatje helemaal opentrekken. Er zijn te veel voertuigen op ons al te groot aantal wegen. De oplossing gaapt als een oven. Verschuif passagiers en vracht naar bus, trein en boot. Daar rijdt, spoort en vaart iedereen wel bij. Toevallig en zeker ook de automobilist. En o ja, in Antwerpen moet er uiteraard ook een vrije baan komen voor bakfietsen.

@Allen: reageren op deze blog impliceert dat u instemt met de regels voor deelname aan onze discussieforums; lees ze dus – mod

Wereldwinkel proficio!

19 / 05 / 2011

Geïnspireerd door de 40ste verjaardag van de Wereldwinkel voelde ik mij uitermate gemotiveerd om een lekker politiek correct stuk over het vele goede van Oxfam te schrijven. Maar we hadden geen fairtrade vruchtensap meer, the best in town, vooral worldshake. Al hebben mijn kinderen opeens wel afgehaakt.

Ik trok mijn geitenwollen sokken en rubberen sandalen aan, pakte het lege krat en stapte blijgemutst naar buiten; ik voelde mij sterk genoeg om elke derderangse Dalrymple-achtige wauwelaar onder de tafel te lullen. Tot ik aan de Wereldwinkel kwam, die bij ons maar 3 keer per week enkele uren open is. Ferme Gesloten, zoals ze in het West-Vlaams zeggen. Zonder verdere opgave van reden. Op weg naar huis, met hetzelfde lege krat, rispten alle frustraties van 40 jaar bezoek aan Wereldwinkels op.

Euhm

Dat ze vroeger nooit wisselgeld hadden bij voorbeeld. Ze begonnen de dienst met een lege kassa. En uiteraard had ik altijd alleen maar briefjes van 5000 frank op zak als ik naar de Wereldwinkel trok voor ‘n fles Algerijnse Cuvée du President die al voor instant hoofdpijn zorgde als je hem alleen nog maar ontkurkte. Trouwens, die president was dus Boumedienne, een dictator en voorloper van Bouteflika die de Algerijnen nu liefst buiten zouden flikkera.

Dat er in de blikken Vietnamese ananas van alles zat, napalm ondermeer, pineapple on heavy sirup nog het minst. Dat de vrijwilligers, meestal gepensioneerde leerkrachten fysica, in hun kindertijd blijkbaar nooit winkeltje hadden gespeeld, en dachten dat een computer iets was wat beet of braakballen spuugde. Euhm, dat deden ze bij Oxfam ook. Het waren immers Amstrads, tweedehands overgenomen van Sinn Fein en de Pathet Lao.

Dat de Nicaraguaanse bananen zoals mijn grootmoeder zei niet slecht waren maar wel nodig gegeten. En dat de Salik jeans die ze in einde jaren 70 verkochten uit solidariteit met de bezetters van de fabriek steevast te kort bleken, wat toen niet in de mode was, en reacties uitlokte als: staat er water in je kelder misschien? Neen verdomd, er stond water in de kelder van de Wereldwinkel.

A4tje per R4 gebust

Maar toch. In mijn geboortestad was de Wereldwinkel meer boekhandel dan Indiase navelkralenshop, en de exploitanten organiseerden tentoonstellingen, concerten en debatavonden. Ze droomden van een gratis massakrant. Het bleef bij een gestencild A4tje dat per R4 gebust werd. Een van mijn eerste artikels stond erin, No Future, over punk…in 1978.

Oxford Famine ontstond in 1942 als evangelische organisatie om de hongersnood te lenigen ontstaan door de oorlog, in Griekenland of all places. Na de oorlog bleef de instelling draaien, en vanaf de jaren 60 ging ze internationaal. In 1971 opende de eerste Wereldwinkel bij ons, vlak bij het Conscienceplein in Antwerpen.

Overal kwamen er filiaaltjes, vaak weinig meer dan een haastig in elkaar geknutseld marktkraampje dat 1 keer per week opgesteld werd. Als het niet waaide.

Eerlijke producten

De wereldwinkel behoorde al snel tot het rijke Vlaamse verenigingsleven, en bracht daar jonge revolutionairen en oudere Broederlijk Delers en zusterlijk opeters bij elkaar. Zelfs een luie egoïst als mijzelve kunnen ze elk jaar strikken om de geschenkenbrochure te bussen in mijn buurt.

Oxfam verwierp meteen de liefdadigheid en opteerde resoluut voor een tweesporenbeleid: eerlijke producten en politieke bewustwording. Al met al kan je na 4 decennia alleen maar vaststellen dat de missie geslaagd is. Proficiat. Fairtrade, Max Havelaar, een juiste prijs voor de landbouwer in het zuiden, het zijn evenzovele ingewortelde en aanvaarde begrippen. Met een draagvlak.

Voor een deel kon Oxfam het linkserige hippiesfeertje afwerpen. Gedelegeerd bestuurder nu is Joris Rossie, een veertiger, die helemaal niet uit de traditionele weldenkende derdewereldbeweging komt.

De campagnes behoren al jaren tot het beste wat onze reclamejongens uitdokteren. Bij voorbeeld de beeldschone Dina Tersago erg bloot alleen bedekt door een paar strategische bio-bonbons. Boer uit het zuiden zoekt vrouw.

In diezelfde brochure poseerde Jean-Luc Dehaene al even bloot vrees ik in een wijnton. In een links vat, schreef Filip De Man van het Vlaams Belang. Een links vat, waar haalt ie het? Als reactie op de eerlijke wijn schonk het Vlaams Blok destijds bloedsap uit Apartheids-Zuid-Afrika.

Rechtvaardige wereld

Joris Rossie geeft grif toe dat hij er niets op tegen zou hebben als over nog eens 40 jaar de Wereldwinkel zichzelve overbodig zou maken. Uiteraard durft hij niet hopen dat we dan in een rechtvaardige wereld leven, stel je voor. Hij bedoelt dat de gewone distributie-kanalen Fairtrade en Max Havelaar helemaal overgenomen zullen hebben. Een veel grotere verspreiding verzekerd, maar uiteraard sneu voor die pioniers. Zoals de eerste bio-winkeliers die vernemen dat de natuurproductensector elk jaar fors groeit, vooral dan via Colruyt en anderen…

Johan Vandenbroucke, gewezen auteur, literair criticus, ooit medewerker aan de Wereldwinkel in Roeselare en nu boekhandelaar, schreef enkele jaren geleden een controversieel artikel over de Wereldwinkel in Wereldwijd, de voorloper van MO*. Ondanks alles, betoogde hij, blijft het marktaandeel onmeetbaar petieterig. Moet Oxfam niet een totaal andere strategie volgen?

Er zijn nu 215 Wereldwinkels, gerund door 8000 vrijwilligers. Hou 15 winkels over, professioneel en commercieel gerund, in de steden. Zoek elders deals met de lokale middenstand, organiseer iets als postpunten. Maar dan beter en herkenbaarder. Zoals de rayon streekproducten in sommige Delhaizes, voor lokale mosterd en streekbiertjes. . .Blijf de overheden en horeca bewerken om alleen eerlijke koffie, chocolade en sap aan te bieden. Ga verder met de informatie, pak dat fris en leesbaar aan. Misbruik bekende smoelen. En lichamen.

Mogelijk zijn het maar druppels op een hete plaat. Maar als het om fairtrade-druppels Palestijnse olijfolie gaat, is dat OK. In een tijd dat voedingsgiganten nog altijd onwaarschijnlijk schandalige aanslagen plegen op de landbouw in het zuiden, en in het noorden jawel, blijft de wereldwinkel nodig. Gelukgewenst vrijwilligers, moed houden. Ik kom wel een andere keer dat krat tropical of sinaas-mango halen.

@Allen: reageren op deze blog impliceert dat u instemt met de regels voor deelname aan onze discussieforums; lees ze dus – mod

Sorry schrijfmachine…

05 / 05 / 2011

Noteer alstublieft juffrouw. Geachte heren, tik tik tik tik tik…Het was een van de betere cartoons van Kamagurka, en dus al jaren oud.

In India is de allerlaatste mechanische schrijfmachine van de wereld gemaakt. Het bedrijf in Mumbai, maar gezien het onderwerp mag ik nog Bombay zeggen, sluit de deuren. Tenminste, als de laatste 100 exemplaren verkocht zijn. De meeste van die machines hebben een Arabisch toetsenbord. Dan hoef je je geen zorgen te maken over querty of azerty.

De onderneming die tot gisteren als enige op aarde traditionele manuele schrijfmachines in elkaar schroefde, heet Godrej and Boyce. De laatste klanten waren overheidsinstanties, rechtbanken en militairen. Maar ook die, zelfs in Koeweit en Mauretanië, zijn overgeschakeld op de computer. Zouden er nog bedrijven zijn die bandopnemers en zwart-wit-televisietoestellen maken?

Het voorbije jaar produceerde Godrej and Boyce maar 10.000 machines meer. Naar goed Indiaas gebruik werkten er zowat evenveel mensen in het bedrijf, een stervende dinosaurus uit de tijd van de geplande staatseconomie, hindoe-versie. Op automobielvlak is Hindustan Motors, van de Ambassador, een vergelijkbaar bedrijf, hoewel dat de deur openzette voor modernere producten en samenwerking met Japan.

In de eindfase van de Britse Raj, en tijdens de eerste jaren van de Indiase onafhankelijkheid, met de uitbouw van een reusachtige administratie, was het bedrijf van CEO Milind Dukle een wereldleider. Of gebruiken we de term CEO niet voor de directeur van een fabriek die zo iets ouderwets maakt? Kreeg hij ooit een bonus? En de aandeelhouders?

Rekening houdend met de respectabele leeftijd van de gemiddelde typewriter in stoffige Indiase overheids- en justitiekantoren moet de Godrej goede marchandise zijn. Ik denk dat de Indiase klerk zijn oud toestel niet meteen door het raam zal gooien, zelfs niet in Bangalore, het Silicon Valley van het oosten. Ook op straat, van Calcutta over Delhi tot Chennai, zal de degelijke schrijfmachine nog lang het werktuig blijven van schrijvers die alles uittikken voor analfabeten, van huwelijksaanzoeken tot officiële documenten.

Design

De Godrej Prima, uitgevoerd in 2 onopvallende grijstinten, sluit anderhalve eeuw kantoormachine-geschiedenis af. Het design ervan houdt het midden tussen een fifties Olympia en een sixties Olivetti. Het is de bureau-pendant van de Royal Enfield Bullet, een motorrijwiel gebaseerd op een Brits model van net na de oorlog, maar nog altijd te koop.

In 1950 noemde premier Nehru de producten van Godrej and Boyce dé symbolen van de vooruitgang van zijn jonge natie. Het bedrijf maakte er 50.000 per jaar, ook toen al een bescheiden aantal.

De schrijfmachine is een Amerikaanse uitvinding uit 1867. Drie handige mannen bedachten samen het concept, en verkochten het aan Remington, in die tijd een vermaarde constructeur van naaimachines en wapens. Rond de eeuwwisseling had het ontwerp zijn typische technologie bereikt.

Het klavier is sindsdien niet wezenlijk veranderd. Het dichtste dat je nu bij een typemachine kan komen is de Brother AX, ziet er uit als een manuele tikker, zonder scherm, maar werkt als een computer.

De schrijfmachine werd vooral bediend door vrouwen. Typiste was een vrouwelijk beroep, vaak uitgeoefend in de tikkamer. De chef dicteerde, de juffrouw deed van tik-tik-dring.

Douglas en Bogart

Maar in Hollywood zaten ook mannelijke sterreporters achter het klavier. Kirk Douglas stak zijn sigaret aan met een lucifer die hij tegen de bewegende wagen van een schrijfmachine liet ontvlammen. Humphrey Bogart deed hetzelfde met het toestel van zijn secretaresse. Intussen is het overal verboden te roken op kantoor. Computers hoeven geen sigaretten te kunnen aansteken.

Een schrijfmachine heeft net als een piano een klavier. Iedereen kent het wereldberoemde concerto The Typewriter van Leroy Anderson Martin (1908-1975), waar een tikmachine als solo-instrument met de klanken van toetsen, bel, wagen, en het papier dat de uitvoerder uit de machine rukt, duelleert met een klein symfonisch orkest. Jerry Lewis maakte er een magistrale gekke bekken-versie van.

Met veel respect voor de gestroomlijnde lichte slanke frisgekleurde Olivetti’s, maar de mooiste schrijfmachines vind ik toch de zwaardere modellen vanaf de jaren 30. Het ontwerp behoorde meer tot de architectuur dan tot de vormgeving. Niet onterecht kreeg het witte praalzuchtige monument voor koning Victor-Emmanuel II, het Victoriano of Altaar van het Vaderland, niet ver van de Corso in Rome, de bijnaam Macchina da Scrivere. Stamt overigens uit dezelfde tijd als de eerste Remington.

Miskoop

Op zo’n ouwe kist heb ik leren typen, of beter, ik probeerde het. Nooit heb ik geweten dat het belsignaal om de wagen naar de andere kant te gooien en een nieuwe regel aan te vatten, 7 tekens voor het einde weerklonk. Ik zat altijd te ver. Lesgever was de directeur van de middelbare school die 1 uur per week vrijmaakte om facultatief en vrijwillig de balsturige leerlingen van het zesde jaar de knepen van dactylo te leren. Eigenlijk was het een deal: hij schonk ons zijn tijd, wij hielden ons gedeisd bij een paar leerkrachten zonder gezag.

Thuis bracht ik het verworvene in de praktijk op de Olympia Portable van mijn vader. Mijn broer kocht later een elektrische Olympia. Krek hetzelfde, maar met snoer en stekker. Niet erg zinvol eigenlijk. En dat lawaai!

De ergste miskoop van mijn leven was in 1991 een elektronische Olympia. Ik had toen een en ander te tikken, maakte daar een weekend voor vrij en schafte mij op vrijdagavond die miskleun aan. Eerste ontgoocheling: de Olympia bleek helemaal niet in Duitsland gemaakt, zoals het apparaat van mijn vader, maar integraal in het verre oosten. Hetzelfde fiasco beleefde ik later met een Hoover-stofzuiger.

Op zaterdagmiddag begon ik moedig te tikken. Omdat het een gelaagde tekst was, moest ik een paar alinea’s onderstrepen of in vet drukken. Ik had met moeite een blad of 3 getikt, of de cassette was leeg. Een bescheiden lint dat vele keren heen en weer rolde tot het helemaal doorprikt was, bleek te primitief voor East-Olympia. Daar zat ik dan, nog 150 bladzijden voor de boeg, maar zonder inkt. Ik had in de veronderstelling verkeerd dat zo’n cassette 1000 bladzijden aan kon. Overigens, cassettes en toners vind ik verregaande symbolen van de wegwerpmaatschappij.

Wat ik ook verfoeide aan die Olympia was het correctielint. Dat was wel nog van het oude type, zat los van de inktcassette, en kon in tegenstelling tot vroegere modellen, maar 1 keer afrollen. Met mijn lompe metselaarsvingers slaagde ik er nooit in dat prutserige rolletje te vervangen. En corrigeren was erg belangrijk voor een slagwerker als ik.

Op een dag was ik zo afgrondelijk boos op dat correctielint dat ik het in brand stak. En bij een van mijn vele verhuizingen, heb ik met sardonisch genoegen die hele Olympia in de vuilnisbak gepleurd. Neen, ik bracht het niet naar de kringloop, ik wilde echt niemand met zo’n klotetoestel opzadelen.

Hier op de redactie heb ik de faam dat ik ongewoon hard op de toetsen hamer. Thuis sluiten ze de deur van het bureau als ik computer. Drie verontschuldigingen. Vooreerst, zeker 1 collega van het radionieuws beukt nog harder op het klavier. Ik geef u graag zijn naam onder strikte geheimhouding. Twee, ik word een beetje zeeziek van het gluiperige geluid van hedendaaagse klavieren, zachtaardig bediend door voorzichtige vingers. Neen, wie uitgesproken meningen heeft zoals ik, moet die brutaal in de machine rammen, zoals Jerry Lewis in The Typewriter. En zo kom ik bij Drie. Ik protesteer en dat moet luid! De evolutie van de schrijfmachine bewijst dat we goed fout bezig zijn. Waarom moet een gemakkelijk betrouwbaar ding dat eenmaal geleverd niets meer kost of verbruikt, plaats ruimen voor ingewikkelde ondoorgrondelijke hitech die je moet inpluggen en waar je altijd iets aan te vervangen hebt?

@Allen: reageren op deze blog impliceert dat u instemt met de regels voor deelname aan onze discussieforums; lees ze dus – mod

Biecht

21 / 04 / 2011

In een vorig leven tekenden mijn broer en ik cartoons, weinige verschenen ooit. Eén tekening speelde zich af in een biechtstoel. Eerwaarde vader, bekende de zondaar in de tekstballon, ik heb 4 vrouwen verkracht, 2 moorden begaan, mij aan een schaap vergrepen, twee miljoen gestolen, een huis in brand gestoken, biefstuk gegeten op Goede Vrijdag en op de hostie gebeten. Eek! riep de priester uit. Maar alsof dat niet volstaat eerwaarde, snikte de ongelukkige, ik heb dit alles gelogen.

De biecht blijft een van de donkere plekken in mijn herinnering. Met wat humor kon ik die licht-traumatische liturgie verwerken. Het is een van de somberste sacramenten. Nou ja, van het doopsel herinner ik mij niets, en aan de priesterwijding en het heilig oliesel ben ik nog niet toe.

Mijlpaal in onze media-geschiedenis

De mooiste biechtstoelen van het land staan in de Onze-Lieve-Vrouw-Aankondiging-kerk aan het Brugmanplein in Elsene. Kerk en swingende biechtstoelen zijn een ontwerp uit de jaren 30 van Camille Damman, die rond 1900 begon als linkse art nouveau-architect, maar 40 jaar later eindigde als adviseur cultuur en film van…Léon Degrelle. Ja, de Rex van Degrelle verwees uiteindelijk naar Kristus-Koning. Los daarvan, als ik ooit nog 1 keer de aandrang voel tot biechten, dan in Elsene.

En zo kom ik bij het historische gesprek in De Nieuwe Orde, jaren 80, van Maurice De Wilde met Rex-leider Degrelle, in Spanje, een mijlpaal in onze media-geschiedenis, nog eens succesvol heruitgezonden in een iets flitsender hermontage 12 jaar geleden op Canvas. Ik moest er aan denken tijdens het Vangheluwe-interview.

Zelden kwam een interviewer zo beslagen op het ijs. Le beau Léon kon raaskallen wat hij wilde, voortdurend onderbrak De Wilde hem met de werkelijkheid. Degrelle keek hem dan verstoord aan, zoog zijn blaasbalgen vol om opnieuw zijn versie uit te spugen, waarop Maurice na 3 en een halve zin een document uit zijn carnassière diepte waaruit net het tegenovergestelde bleek. De biechtvader kende al de zonden van zijn parochiaan. Verplichte kost voor iedereen die met interviews aan de kost komt, zeker in een beeldmedium. Dat vindt Paul Jambers ook.

Gewetensonderzoek

De biecht sloop mijn leven binnen toen ik mijn eerste communie moest doen. Alles verliep volgens een vast ritueel. Wachtend om achter het gordijntje te knielen, moest de zondaar zijn of haar geweten onderzoeken. Daar viel toen weinig meer te rapen dan 3 snoepjes verduisterd, de vlecht van mijn zus afgeknipt, ongehoorzaam geweest en gevloekt. Wie helemaal onbekwaam was tot zelfreflectie, mocht een vragenlijst gebruiken.

In het hokje begon je met: eerwaarde vader, mijn laatste biecht is zo lang geleden. Zo wist de priester meteen al een beetje welk vlees hij in de kuip had. Op het einde zei de priester dat je het nooit meer mocht doen, en met de penitentie, meestal 3 weesgegroeten en 2 onzevaders kreeg je de absolutie. Ego te absolvo a peccatis tuis in nomine Patris et Filii et Spiritus Sancti. Amen.

Moderne biechtvieringen

De meest succesvolle biechtvader op onze parochie was gek op Renaults en Chiromeisjes, bij voorkeur in combinatie met elkaar. Later schreef hij teksten voor Willem Vermandere. Hij kon fantastisch preken. Leeft hij nog? Trad hij uit? Biechten bij hem duurde 6 seconden.

Ik had nog maar bekend dat ik een vuil woord had uitgesproken of hij zegende mij al en stuurde me wandelen met 1 schietgebedje als penitentie. De eindeloos lange rij voor zijn biechtstoel smolt sneller dan het kluitje serieuze gelovigen dat bij meneer de deken te biechten ging.

Gruwelijkst van al waren moderne biechtvieringen, in het beste geval weinig meer dan een religieuze plechtigheid, afgerond met een korte passage in de biechtstoel. In het slechtste geval moest je biechten in een kamer, aan een tafel, onder een tl-lamp, face à face tegenover de priester die daar als een normale mens zat. Ik raak nog geconstipeerd alleen al bij de gedachte daaraan.

Bizar decor

De biechtstoel is een bizar decor . Nogal wat schrijvers en filmmakers hebben biecht-scenes. In True Confessions van Ulu Grossbard uit 1981 speelt Robert de Niro een erg geloofwaardige priester. De tragische Montgomery Clift was ronduit ontroerend als devote gekwelde biechtvader in I Confess van Sir Alfred Hitchcock uit 1953. En in Moonstruck biechtte Cher dat ze zich een beetje had laten verbouwen in het bed van haar schoonbroer.

Wie was het ook weer die een priester zijn eigen liefdesdorst al plengende liet lessen, om Reve te citeren, terwijl hij meer intieme details vroeg over de pikante zonden van het mooiste meisje uit zijn parochie? Als je met kinderen een kerk bezoekt, willen die altijd in die rare kotjes spelen. Zou er ooit een Playmobil biechthok hebben bestaan?

Fantastische uitvinding

De biecht is een bedenksel van de katholieke kerk, zonder grond in het evangelie of de bijbel. De praktijk ontstond rond 380 in bepaalde abdijen, en was in de zevende eeuw wijd verspreid. Het vierde concilie van Lateranen in 1215 legde de biecht als verplichting voor de gelovigen vast.

Omdat de biecht een rol speelde in het frauduleuze aflaten-systeem, waarbij je stukken vagevuur kon afkopen, en de kerk rijk maken, was het een van de Roomse wetten die Luther het felst bestreed. Alleen Jezus zelve kon vergiffenis schenken. De arme calvinisten moesten hun hele levenslange zondenlast meetorsen tot aan het laatste oordeel. Orthodoxen en Anglicanen behielden de biecht in een of andere vorm. Omdat het eigenlijk een fantastische uitvinding is.

Hoe minder biechtvaders, hoe meer psychiaters, zei ooit iemand, en gelijk heeft ie. Laten we als positief ingestelde mens aannemen dat Rome het goed bedoelde met de biecht. Een gelovige kreeg de kans wat hem kwelde na boete achter zich te laten, en met een schone lei opnieuw te beginnen. Het zit een beetje in de buurt van de heilige deugd der hypocrisie.

Uiteraard was de biecht ook een goed informatie-instrument voor de kerk. Niet dat de priesters statistieken moesten bijhouden van de doodzonden in hun parochie, maar opvallende trends gaven ze toch hogerhand door. Als in een bepaald diocees een of andere zonde in opmars was, konden de bisschoppen richtlijnen geven voor sermoenen en catechese om daar paal en perk aan te stellen. Het verklaart waarom godsdienstleraren soms totaal onverwacht en in bloemrijke taal wezen op de vele verschrikkelijke gevaren der zelfbevlekking.

Sigillum

Bij de biecht hoorde een strikte geheimhouding. Je hoefde als puber niet bang te zijn dat de onderpastoor je ouders op de hoogte zou brengen van het gefriemel in een meisjesbloes of jongensslip dat je net bekend had. Logisch. Als er geen geheim, ofte sigillum, zou zijn, wie ging dan nog te biechte? Tenzij anoniem, in een kerk aan de andere kant van het land. Of in Polen, ’s werelds leidende mogendheid op dat vlak.

De biecht wil een veilig asiel bieden, waar de gekwelde misdadiger toch enigszins in het reine kan komen, en goede raad krijgen. Vergelijk het met de deontologie van psychiaters en artsen, met de bescherming van de bronnen van een journalist. Moet tot op zekere hoogte kunnen.

Dit is het biechtgeheim alvast niet: een schurk die kindermisbruik, zware diefstallen en nog erger confest, en vrijuit gaat met een acte van berouw en hoop. De biechtvader spreekt alleen de vergeving uit als de zondaar duidelijk wroeging toont, en belooft de misstap goed te maken. In het geval van een misdrijf geeft de biechtvader de raad om naar de politie of het slachtoffer te stappen en te bekennen. Anders geen absolutie. Als een geestelijke zich niet bevoegd voelt om afgrijselijke wandaden te vergeven, kan hij de zaak naar boven doorschuiven.

Botsing

In staat van doodzonde mag een gelovige de communie niet ontvangen. Over dat dilemma zijn schrijnende verhalen en romans verschenen, bij Davidsfonds-achtige uitgeverijen.

Maar, als de biechteling ammehoela zegt en het aftrapt, mag de priester niet naar het gerecht stappen. Hier botst de kerkelijke met de gewone wet, die zegt dat informatie over een misdaad achterhouden schuldig verzuim is. Als dus Vangheluwe verschillende keren het misbruik van zijn neven heeft gebiecht, en de absolutie kreeg zonder de zaak goed te maken met zijn familie, en met justitie, dan had hij een bijzonder slechte biechtvader, die zich niet aan de kerkelijke wetten hield.

En nu, in 2011? Moet de kerk het biechtgeheim opgeven? Tja…om hoeveel mensen gaat het eigenlijk nog? Bestaan er anno nu katholieke misdadigers? Natuurlijk, de Italiaanse maffia is katholiek. Het IRA had biechtvaders. In een rechtsstaat moeten alle geledingen van de maatschappij zich houden aan democratisch tot stand gekomen wetten. Een absolute omerta kan niet meer.

Kennis verzwijgen die tot de oplossing zou leiden van bij voorbeeld een dodelijk vluchtmisdrijf, moet strafbaar zijn. Uiteraard kan er voor het biechtgeheim een korte overgangsperiode gelden. Maar de overheid, of wereldwijd de overheden, moeten aan de kerkjuristen de opdracht geven om snel een aanvaardbare oplossing uit te werken voor dit anachronisme. Eerst berouw, dan absolutie.

Nog een flard uit de humoristische roman Ulysses van James Joyce. In haar beroemde slotmononoloog vertelt Molly Bloom over haar biecht. Waar heeft hij je aangeraakt? vraagt de pastoor? Hoezo waar, nou, onder de brug natuurlijk!

@Allen: reageren op deze blog impliceert dat u instemt met de regels voor deelname aan onze discussieforums; lees ze dus – mod

De bal rolt

07 / 04 / 2011

Er is een mirakel gebeurd. De na-rondes in het nationale voetbal, in goed Nederlands playoffs and playdowns, zijn dan toch gestart. Al kan wellicht niemand beloven dat ze het einde halen, of niet een verongelijkte ploeg naar de kortgedingrechter, de UEFA, het Europees Hof voor de mensenrechten of de VN-veiligheidsraad zal stappen. Nu nog een federale regering. In vergelijking met de voetbalformatie is dat klein bier.

Wytewa en wielerkwis

Ik ben een gematigd sportliefhebber. Uitslagen en klassementen kunnen mij bekoren en ik kijk graag naar de doelpunten of de spurt in een wedstrijdverslag. Voor heelder matchen en wedstrijden in het echt of op TV heb ik helaas geen tijd. Ik ben eens met plezier naar RWDM-Germinal Ekeren gegaan. De Ronde van Vlaanderen bekeek ik zonder televisieklank met de radio op de TOP 100 van Klara. Sport en cultuur gaan samen, zeker weten. Af en toe miste ik wel iets omdat de wapperende leeuwenvendels mij winderigheid bezorgden.

Zelf speelde ik bij de kadetten van basketbalploeg Wytewa. Na enig gestuntel in de gymzaal vroeg de turnleraar, bijgenaamd Hitler, wat voor speler ik was. Middelmatig meneer, antwoordde ik nederig. Ik zal het zeggen, brieste hij: matig! Toen ik nachtmerries kreeg over gemiste dunks, stopte ik bij Wytewa.

Tijdens mijn legerdienst kon ik hard hollen. Na ereplaatsen aan de Watersportbaan in Gent, won ik in de lente van 1976 de cross van Rüthen in BSD. Het staat in de annalen van landsverdediging.

Ik spaarde prentjes van wielrenners, knipte foto’s van zegevierende coureurs uit de krant en speelde er wielerkwis mee met mijn ooms. Dat kwam omdat ons ver familielid Noël Vanclooster in die tijd eens tweede was in Gent-Wevelgem, kampioen van Vlaanderen in Koolskamp, en beste Belg in de Tour.

Man-tegen-man

In onverkochte agenda’s uit de papierhandel van mijn tante noteerde ik elke maandag bladzijdenlang resultaten, het begin van mijn journalistieke carriere. Mijn eerste wapenfeit op radio 1 was een portret van de intussen overleden bokser José Seys, ooit vice-Europees kampioen middengewicht.

Begin jaren 90 volgde ik een aantal bokskampen naast de ring, en ik bezocht trainingen. Zoals Jan Hoet raakte ik diep onder de indruk van de theatrale authenticiteit van die harde man-tegen-man-gevechten, waarbij de spelers zich toch perfect hielden aan de regels. In het voetbal is dat niet zo.

En waarom heet mijn zoon Frederik? Mogelijk omdat Fred Deburghgraeve in dezelfde sociale wijk geboren is als ik. Tenslotte, ik was ongezond gefascineerd door Ulrike Meinhof, maar koesterde een gezonde verliefdheid voor hoogspringster Ulrike Meyfarth, DDR-icoon Catharina Witt en voor onze schattige Sabine Appelmans.

Commercialisering

Als ik nu soms de neus ophaal voor sport, heeft dat niets te maken met de atleten, maar alles met de commercialisering (de Jupiler Pro League, bweurkhh), de lelijke taal (manche, poule, barrage, assist, poleposition), de heisa en hypes, de dikdoenerige bobo’s…Nou ja, ze hoeven niet dik te doen, ze zijn het.

En nu dus die na-rondes. Waarom eigenlijk? Ik ben een conservatief mens en dus ontgaat’ mij wat er verkeerd is aan een competitie waar na 30 wedstrijden de ploeg met de meeste punten kampioen speelt, en die met de minste degradeert. Jean-Paul Sartre wist het al: het kwaad is de systematische vervanging van het begrijpelijke door het abstracte.

Ik heb medelijden met mijn collega’s nieuwspresentatoren die het hoofd koel moeten houden bij play-off 1, play-off 2a, 2b, 3, play-down, uitsluitingswedstrijden en binnenkort de promotieronde in tweede klasse…We hebben verdraaid meer voetbalcompetities dan regeringen.

Geen quota

Als het tegenzit, ziet de hoogste klasse er volgend seizoen zo uit: 14 Vlaamse ploegen, 1 Brusselse, 1 of 2 Waalse en misschien 1 Duitstalige. Bij zoveel overwicht voel ik mij onbehaaglijk. Wat de oplossing is om een zekere pariteit te bereiken, zoals in de tijd van Tilleur, FC Luik, Seraing, La Louviere, Bergen, Tubbeke, Moeskroen, Daring, Racing White, Union Sint-Gillis, Racing Jet en Crossing Schaarbeek, weet ik niet. Ik zal maar geen quota voorstellen, of NVA trekt het hele register open van filibusteren, evoceren en raad-van–staten.

In afwachting toch een handvol raadgevingen. Vooreerst het voltallige ontslag van iedereen die nu iets met de voetbalbond te maken heeft. Buiten, gij onbekwamen. En een levenslang stadionverbod. Dat mag overigens ook gelden voor de eigenaars, voorzitters, managers en tuttiquanti van nogal wat clubs. Play-out!

Nieuwe lieden hebben we nodig. Mensen met een echt hart voor sport en met leiderscapaciteiten. Wie, o wie? Tja, voorlopig schiet mij alleen Michel Preud’Homme te binnen. En enkele gewezen scheidsrechters.

Vanzelfsprekend moet de Profliga die nu Pro League heet, verdampen. Dat is ‘n overlappende schaduwbond voor bobo’s die niet bij de echte organisatie raakten.

Bij de nieuwe kleinere efficiëntere voetbalbond moeten al die waterval-en paraplu-geledingen verdwijnen. Gedaan met de kalendercommissie, het sportcomité, het zelfverklaarde bondsparket zoals Johan Janssens het altijd sardonisch noemde, waar dan nog een beroepshof aan bengelt, het scheidsrechtersbestuur, het uitvoerend comité, de krijtlijngroep en de hoekschopvlagjes-cel. 1 bond, 1 leider en een handvol goede assistenten, da’s genoeg.

12 ploegen

De hoogste voetbalklasse moet maar uit 12 ploegen bestaan. En geen naronde. Wat de vijf laatsten in het klassement dit seizoen op het veld brachten, was zelfs niet 1 keer de derde klasse in Malta waardig. De injectie van ex-eersteklassers zal het niveau van tweede misschien verhogen. Als je snel depressief wil worden, trek eens naar een Erotica-beurs, of naar een match in tweede klasse, het voorgeborchte van het vagevuur.

Alle wedstrijden van de voetbalbeker moeten met directe uitschakeling, tot de finale op de Heizel. En beperk die beker tot en met de derde klasse. Vigor Hamme mag ook eens tegen Anderlecht winnen. Door die ingrepen is de competitie korter en krachtiger, en hanteerbaarder als het wekenlang zou sneeuwen. De ploegen die Europees spelen hebben meer ruimte om zich voor te bereiden, en de Rode Duivels vinden tijd om elkaar te ontmoeten en echt te trainen. Alleen voordelen.

De verloren inkomsten kunnen de ploegen recupereren door zonnepanelen op hun stadions te plaatsen. Haast je, na de demagogische hetze tegen de eigenaars van fotovoltaïsche cellen, gaan ze morrelen aan de subsidies.

Ideaal voetbalmoment

Ik wil weer enkele wedstrijden op zondagmiddag. Urbaan De Becker vond dat, ondermeer om familiale redenen, het ideale voetbalmoment. Nauwelijks hooliganisme op een mooie herfstmiddag. Jan Wauters kon heerlijk proletarisch uitweiden over de arbeider met de pet op die op zijn Flandia-brommer, met een broodtrommel onder de arm, naar de match kwam.

Voorts eis ik respect voor de scheids- en lijnrechters, de hardst werkende en minst betaalde mannen op het veld. Van trainers en voorzitters die in de media brullen dat ze verloren hebben door de schuld van een partijdige ref, heb ik echt genoeg. Onze scheidsrechters behoren tot de beste ter wereld, dat kunnen we van de voetbalbonzen niet zeggen.

En tenslotte…kan het wat bescheidener alstublieft? Ik beroep me op grote sportfilosofen als Johan Cruyff en Frank Raes…Die vinden voetbal het prachtigste op aarde, precies omdat het volslagen onbelangrijk is. Vergelijk het met poëzie.

Als we voetbal gaan institutionaliseren, als de aandacht verschuift van het veld naar het partijbureau van de Bond, dan gooit de sector het mooiste argument te grabbel. Het spel, niets dan het spel. Herinnert iemand zich nog Jan Peeters? Maar de namen van Johnny Thio, Pierre Carteus, Raoul Lambert, Jean Trappeniers, Nico DeWalque, Wilfried Puis, Jef Jurion, die leven over 5 eeuwen nog.

@Allen: reageren op deze blog impliceert dat u instemt met de regels voor deelname aan onze discussieforums; lees ze dus – mod

Kernlobby Neen Bedankt

24 / 03 / 2011

De eerste betogingen waar ik aan deelnam waren die eind jaren 70 in Zeebrugge tegen de dumping van kernafval in zee. Een paar weken lang kwamen daar, als de zon scheen, enkele honderden soms duizenden mensen samen. Het ging er vriendschappelijk aan toe. Toen een cordon gehelmde rijkswachters met wapenstok en mansgroot schild betogers de weg versperde naar de havenmuur, zwaaide een langharige werkschuwe betoger naar een van de ordehandhavers, en riep: dag papa!

Renault 4 en 2PK

De slogans klonken soms raar: kernafval in zee, weg ermee!! Tja, dat was net wat de nucleaire sector deed. Die luidsprekers stonden uiteraard op het dak van een R4 met een baardige kerel achter het stuur.

Een Britse journalist schreef ooit dat hij lange tijd dacht dat de gele sticker Kernenergie Nee Bedankt een vast accessoire was van een Renault 4. En van een 2PK, bij uitbreiding. Een cynische collega merkte op: voor mijn veiligheid en gezondheid is zo’n vehikel erger dan alle kerncentrales ter wereld samen. Tsjernobyl moest nog komen.

Willy Kuijpers kwam zijn sympathie betuigen in Zeebrugge. Vlaams-nationalisme was groen in de goeie ouwe tijd. De gemoedelijke sfeer sloeg om tijdens een nachtelijke aanval op een afval-schip door franstalige anarchisten die de stuurhut kort en klein sloegen.

Krankzinnig beleid

In de rubriek HET DORP in Man Bijt hond zat onlangs een snuiter die bovenop een kunstmatige heuvel in zijn tuin een namaak-watermolen had gebouwd. Met een indrukwekkende machinerie die veel stroom verbruikte, liet hij het water bergop stromen en de schoepraderen draaien. Een mooiere samenvatting van ons krankzinnig energie-beleid heb ik zelden gezien.

In India staan er stuwdammen die bedoeld waren om de waterhuishouding van een streek te regelen, en tegelijk voor een stabiele stroomlevering te zorgen, maar die uiteindelijk de hele regio droogzetten en verdorden, en meer elektriciteit verbruiken dan produceren. De twijfelende maar scherpe waarnemer Bruce Parry stelde in zijn documentairereeks ARCTIC vast dat de ontginning van teer-olie in Canada meer petroleum opslokt dan er geraffineerd raakt. En ik herinner mij een goed gedocumenteerd artikel in het ernstige blad Prospect dat helder bewees dat kernenergie, vanaf de eerste spadesteek op zoek naar uranium, tot de consument die het licht aanschakelt, meer energie verbruikt dan maakt.

Geitenwollensokkerij

Mij valt een grote nervositeit op bij de energiebedrijven, en die was al begonnen voor de Japanse ramp. Voor alle duidelijkheid, ik ben erg blij en opgelucht dat een nucleair drama werd afgewend, en het zou van slechte smaak getuigen om de gevolgen van de aardbeving en de tsunami te misbruiken voor mijn geitenwollensokkerij.

Maar het kan toch geen toeval zijn dat in enkele weken tijd allerlei zelfverklaarde serieuze instanties rapporten en onderzoeken publiceren die allemaal in dezelfde richting wijzen, kort samengevat: er moeten nieuwe centrales komen, we zijn te afhankelijk van het onbetrouwbare buitenland, kernenergie vormt een deel van de oplossing, duurzame alternatieven zullen nooit voldoen. Bij nader inzien blijken die instanties, eventueel onrechtstreeks, toch met handen en voeten gebonden aan Electrabel en soortgenoten.

Vreemd genoeg gaan enkele jongerenafdelingen van politieke partijen ook voor atoomsplijtstof en reactorvaten. Je zou toch mogen verwachten dat de jongeren net wel bezorgd zijn om de volgende generaties en niet in opdracht van de atoomboeren de toekomst van onze en hun kleinkinderen hypothekeren.

Geen nieuwe kerncentrales!

Tijdens mijn opvoeding heb ik geleerd om zuinig te wezen en alles zo lang te gebruiken als mogelijk. Eigenlijk waren mijn spaarzame ouders visionaire milieubehoeders. Daarom hoeft die kernuitstap voor mij niet meteen, de nucleaire centrales staan er, gebruik ze nu maar zo lang als ze veilig en enigszins rendabel zijn. De uitschakeling en afbraak van een centrale is ook een heel gevaarlijke en belastende opdracht. Met je oude auto blijven tuffen is nog altijd beter voor de aarde dan een nieuwe hybride bestellen.

En ik ben voor nucleair onderzoek, in Mol en elders. Mogelijk vinden we ooit een techniek om risicoloos om te gaan met plutonium, ik zal de eerste zijn om te applaudisseren. Maar tot dan: geen sprake van nieuwe kerncentrales! En voeding door steenkool kan zelfs niet overwogen worden. Haal dan ook maar de stoomlokomotieven en de Leuvense plattebuisstoven weer van stal.

Opvallend in de commerciële peptalk van de energiesector is de term KernCentrales van de Nieuwe Generatie. Uit de aard van de zaak zijn die menigvoudig schoner en veiliger dan de vorige. Als electriciens zich bezorgd tonen om CO2, boer pas uw groenten! Ik hoorde zelfs een kernprofeet beweren dat het in de toekomst minder zal waaien.

Volksverlakkerij

Nog opvallend is de niet ophoudende stroom vijandige oprispingen in de richting van windmolens en zonnepanelen. Brandweer-commandanten beweerden dat een installatie op het dak bluswerk bemoeilijkt. En vanzelfsprekend is het de schuld van die bemiddelde hogere middenklassers die de weg kennen naar subsidies en uitkeringen voor zonne-energie, dat de gewone sukkelaar tientallen euro per jaar meer zal moeten betalen voor zijn stroom.

Verdeel en heers en lieg er op los. Stroom bij ons is niet duur omdat de rijken zonnepanelen plaatsen, maar door de graaicultuur en winsthonger van de leveranciers. Nè. Electrabel en andere monopoliehouders haten burgers en instellingen die zelf hun boontjes doppen. Test-aankoop heeft intussen trouwens uitgevlooid dat de kleverige keuze voor groene stroom bij de traditionele leveranciers volksverlakkerij is.

Hernieuwbare bronnen

Ik ben geen technologische bolleboos en van fysica en chemie snap ik al sinds het vijfde jaar middelbare school geen snars. Maar als de verdedigers van kernenergie allemaal wel iets verdienen aan de nucleaire sector, en als de tegenstanders onafhankelijk en vrijdenkend zonder dat ze belangen te verdedigen bewijzen dat er wel een uitweg is, dan weet ik wie ik moet geloven. Kernenergie is geen alternatief. Duurzaamheid is de basis!

De oplossing: maak een keuze. Blijf niet halfslachtig op 2 paarden wedden en tussen 2 zadels vallen. Alleen als je je auto echt opsluit in zijn hok, leer je dat openbaar vervoer, fiets en voetentram prima meevallen. Zolang we blijven opteren voor opwekkingsfabrieken en radio-actieve staven, zullen we nooit de noodzaak voelen om in te zetten op hernieuwbare bronnen, op wat de schepping gratis geeft.

Tragikomedie

Op de eerste plaats moeten we een stuk zuiniger zijn. Nu moet ik als werknemer van de VRT niet te hoog van de zendmast blazen. Onderzoek wees uit dat ons verschrikkelijk gebouw een soort openlucht-radiator is. Ook op onze fantastische nieuwe redactievloeren is de klimaatregeling een tragikomedie. Waarom spelen er hier altijd overal van die reusachtige televisieschermen, breedbeeldplasma’s die 6 keer meer verbruiken dan uw huisbioscoop? In een Humo uit 1956 las ik dat de hele BRT in Flagey-tijden 57 telefoontoestellen bezat. Heerlijk.

Waarom staat er geen windmolen op de antenne-toren van de VRT, en waarom liggen er geen honderd zonnepanelen op het dak van de omroepgebouwen? Achter mijn tuin is een woonproject in aanbouw. Nikske passief of duurzaam bouwen. Moest dat dan niet, wettelijk?

Grijp elke kans om duurzame energie te produceren. Laat de wieken vrolijk draaien in havengebieden en op industrieterreinen, langs autowegen en op kantoortorens en appartementsgebouwen. Italiaanse ontwerpers hebben al een heel gamma design-turbines. Mooi, kleurrijk, grappig…

In Nederland produceren serrebedrijven met zonnepanelen op de glazen daken genoeg stroom om hun kiwi’s EN bejaardenhuizen in de buurt te verwarmen. Bij ons stoken groententelers zich lam om paprika’s aan de struiken te ontlokken. Draai de omgekeerde wereld binnenstebuiten!

En die man uit Sint-Vloeregemzedelbeke met zijn watermolen bovenop een heuvel… Ach, laat die poëtische ziel genieten van zijn draaiende schoepraderen. Maar speel het filmpje achterstevoren, dan stroomt het water naar beneden.

@Allen: reageren op deze blog impliceert dat u instemt met de regels voor deelname aan onze discussieforums; lees ze dus – mod

Spookhuizen

10 / 03 / 2011

In Sas-van-Gent, pal aan de Belgisch-Nederlandse grens, gaat het zogenoemde spookhuis tegen de vlakte. Het is de al lang verlaten directeurswoning van een glasfabriek die intussen een andere bestemming kreeg. De constructie is in erg slechte staat, leeggeroofd, kaalgeplukt, en lijkt op het eerste zicht niet waardevol genoeg om te redden of te restaureren.

Tot overmaat van ramp hebben, zoals we in Man Bijt Hond zagen, allerlei parapsychologische weirdo’s zich meester gemaakt van het aura van het gebouw. Slopen die handel, denkt een realist als uw dienaar dan.

Stoomfluit

Toch heb ik een boon voor verlaten en vervallen landhuizen, villa’s, belle epoque-kasteeltjes en horeca-gebouwen waar de stank van brakke modder al lang het aroma van lookboter of konijn met pruimen heeft verdrongen. De verklaring ligt uiteraard, zoals voor alles, in mijn kindertijd.

Vlakbij de ouderlijke woning liepen 2 opgedoekte spoorwegen, de ene naar Ieper, de andere had Menen als eindbestemming. Het stationnetje lag in de schaduw van een gazoduc, ooit gebeurde er een moord.

Niet ver daarvandaan sneed nog een overwoekerde ijzeren weg door het vlakke landschap, de ooit rechtstreekse verbinding Torhout-Oostende. Lang voor dit soort sites werd opgewaardeerd tot groene wandel- en fietspaden, struinde ik die ongebruikte spoorbeddingen af.

Als je goed luisterde, hoorde je ver weg nog de echo een stoomfluit. En dat plotselinge witte wolkje uit een brandend braambos was toch een late rest van de stoompluim van een lokomotief met marchandise?

Cluysenaer

Het leuke was dat je daar niet alleen af en toe een stuk verroest spoor of dwarsligger, een eikenhouten biels dus, of resten van seinpalen of slagboompjes en zelfs een half in de grond gezakt wagonnetje of tender vond, maar soms ook heelder gebouwtjes in een primitieve Cluysenaer-stijl, naar de architect die Brabant 150 jaar geleden bezaaide met erg op elkaar lijkende maar toch altijd net iets andere wachthuizen en ijzerweggebouwen, met daaromheen zo’n typische betonnen afsluiting bekroond door een metrisch of floraal motief. Belgische cultuur bestaat. Een van de iconen van Belgische kunst is trouwens een spookhuis: het Rijk der Lichten van René Magritte.

Distels en paardenbloemen, varens en reuzen-ijsberenklauw overwoekerden het pad. Overal wipten sprinkhanen en fladderden rode libellen. Leeuwerikken klauwierden ten zwerk, soms schoot een haas of een fazant weg, achternagezeten door een vos of een wezel, de zon verzengde het landschap, het was zomer.

Raar en verwilderd

Geleidelijk vielen mij ook elders angstaanjagende en vreeswekkende rare woningen op, met donkere muren, kleine ramen, gesloten deuren, overkappende daken, en een verwilderde tuin. Op de steenweg van Deinze naar Drongen stond een mooi exemplaar, het fietspad moest er zelfs een ommetje voor maken.

In die tijd bengelden de straatlantaarns in het midden boven de kalsijde aan wiebelende kabels. Des avonds verlichtte zo’n oude wiegende lantaarn de geheimzinnige woningen nog mysterieuzer.

Heel wat van mijn dromen hadden zo’n sinister huis als decor. Later ging ik graag wandelen langs de nu door de luchthaven ondergeschoffelde Oude Haachtsesteenweg in Diegem, met zijn vervallen garages en spijshuizen in bastaard-art deco. Die taferelen tref je nu alleen nog aan in de provincie Henegouwen.

De geschiedenis

Tweede reden waarom ik dat huis in Sas-van-Gent maar niets vond: het staat daar in zijn bloot gat in een kaal landschap zonder context. Een spookhuis hoort overwoekerd te wezen door lang ongesnoeide oude bomen, struikgewas, takken en gebladerte, en half ingestorte schuurtjes, zodat je nooit zeker weet of die lichtschijn achter een raampje van een zwakke gloeilamp binnen kwam, of van de maan die heel even tussen snel vliedende wolken verscheen.

Een spookhuis is toch een menselijk project dat weggegeven is aan de natuur. Hetzelfde gebeurt met vergeten autowrakken. Dat dacht ik, tot ik de geschiedenis van het bedreigde huis in Sas-van-Gent vernam, en begon te pierewaaien als de haan op de instortende kerktoren van Oostmalle tijdens de orkaan in de jaren 60.

Het spookhuis dat pal aan de Nederlands-Belgische grens staat, is in 1905 ontworpen en gebouwd door de Belg Joseph Jacobs voor de Saint-Gobain-glasfabriek. De man woonde er 20 jaar met zijn gezin, de achterkleinkinderen leven nog en vinden elkaar in weemoedige strijdbaarheid.

Wereldoorlog

Nederland is door de neutrale status ontsnapt aan de eerste wereldoorlog. Duitse soldaten bewaakten de grens om te verhinderen dat jonge Belgen via Nederland naar Groot-Brittannië zouden raken, Schotland ondermeer, om daar te figureren in boeken van Annelies Beck.

Op de grens stond een elektrisch geladen prikkeldraad, een aftakking daarvan raakte aan de Saint-Gobain-tuin. Een Duitse deserteur die van een trein was gesprongen, bleef ooit haperen aan die draad en stierf. Inderdaad, er loopt ook een spoorweg vlakbij, het verhaal wordt helemaal interessant. Er sneuvelde zelfs een schoothondje onder een stroomstoot, paarse vlammen schoten uit zijn oren.

Met een wijnton zonder deksel noch bodem hielp het gezin Jacobs jongeren over de grens. Het hout isoleerde hen van de dodelijke schrikdraden. 100 vluchtelingen vonden een schuilplaats in de lege loodsen van de glasfabriek. Ook 4 auto’s, een Minerva ondermeer, werden in de hangars aan begerige Duitse ogen onttrokken.

Erfgoed

Een 26jarige Belgische kapitein betuigde na de oorlog zijn dankbaarheid voor verzorging als gewonde met een portie oesters. Hij bleef maar komen met schaaldieren, en trouwde uiteindelijk met een dochter des huizes.

Redenen genoeg om het spookhuis te bewaren. Het staat dan wel in Nederland, maar het speelde een rol in ons verhaal van 1914-18. Waarom zou in de Europese Unie een eigen monument niet over de grens kunnen staan?

Geachte heer Bourgeois, Vlaams minister van erfgoed, prins-beschermheilige van memorialen van de Andere Oorlog, dit huis is een prachtig en authentiek onderdeel van onze eerste wereldbrand-geschiedenis. Der Krieg, la guerre en the great war woedden ook buiten West-Vlaanderen. Haast u naar Sas-van-Gent en smijt u voor de bulldozers en de slopersbol!

@Allen: reageren op deze blog impliceert dat u instemt met de regels voor deelname aan onze discussieforums; lees ze dus – mod

Salaam Aleikoem 2011

24 / 02 / 2011

Wat een rotjaar, dacht ik een maand geleden, 2011 is gewoon de voortzetting van 2010, grijs, nat, neerslachtig, slapeloos, mails die de verkeerde richting uitgaan, eindeloze formatiegesprekken, dezelfde sujetten in de media, niemand die oplossingsgericht bezig is.

De troost kwam uit den Oriënt. Er gebeurden mooie dingen in Tunesië en Pyramidistan, en nu broeit revolte in Jemen, Bahrein, Libië en wie weet in al die half- of heel-theocratische dictaturen. Nou ja, mooie dingen, alles samen zijn in de verschillende landen al honderden mensen om het leven gekomen. En in het sinistere Libië dreigt een bloedbad. Om Urbaan De Becker (radiocoryfee) te citeren: altijd iemands zoon, broer, zus, moeder, man, vrouw.
En de omwenteling wacht op voltooiing. Ben Ali heeft een Moebarakske gedaan, en Moebarak een Benalietje, de 2 zijn naar verluidt ziek, omdat FN-Herstal geen zwarte haarverf meer mag leveren. Voorlopig begeleidt het leger de 2 landen naar democratie. Als dat maar goed afloopt.

Ontroerende beelden

Hoedanook, ik heb ontroerende beelden gezien die ik mijn hele leven niet zal vergeten. Koptische christenen en moslims die hand in hand, behangen met hun religieuze parafernalia, en zwaaiend met het heilig boek, actie voeren. Betogers die zelf het Tahrir-plein schoonmaken en opblinken. Zelden zijn meer domme clichés gesneuveld over Arabische mensen, en dus ook over moslims, als sinds Nieuwjaar.

De Grote Prijs Formule 1 in Bahrein is afgelast. Als in alle dictaturen waar Ecclestone met autootjes speelt een paar weken voor de race een opstand uitbreekt, zal de Arabische lente ook heilzaam zijn voor het milieu.
Maar er is ook drama. Het wanhopige hulpgeroep van betogers aan de GSM in Benghazi. De waanzin van Khadaffi en zonen.

Op reis gaan

Wat kunnen wij doen? Zijn wij veroordeeld tot toekijken? Helemaal niet. We kunnen zo snel mogelijk op reis naar de nieuwe democratieën, en niet alleen naar Charm-el-Cheikh of Djerba. En we moeten onze economische en politieke leiders aanporren om daar onverwijld te investeren, en de deur naar Europa open te zetten.

Een van de mooiste reizen die mijn vrouw en ik ooit maakten was in september 1996 naar het voormalige JoegoSlavië. Voor het eerst na de oorlog was daar opnieuw toerisme mogelijk, maar quasi niemand daagde op. In ons geval werd het een uitzonderlijke ervaring, ook omdat de smeulende sporen van de oorlog nog op veel plaatsen zichtbaar waren. Een kampeerterrein waar we ons tentje opvijzelden, bleek een vluchtelingenkamp te zijn voor Kroaten die wachtten tot ze weer naar Vukovar konden.

In Knin in wat ik gemakshalve oost-Slaolië noemde, heerste nog de ruwe zeden van Servische milities en smokkelaars, gebraden vrouw aan ’t spit ondermeer. Maar de kapper bij wie ik mijn baard liet trimmen in Dubrovnik was zo verrukt dat hij mij de rest van de dag overal trakteerde. Het kostte hem een veelvoud van wat ik hem had betaald, inclusief fooi, en de herstelling van zijn kapotgeschoten spiegel was nog niet voor die herfst.

In lege pensions en Zimmer Freis aan verlaten kusten kreeg mijn vrouw al bij het ontbijt, wat zeg ik, ongekleed in de badkamer, sljivovica aangeboden. En bij het avondmaal speelde de restauranthouder toeristische video’s uit Tito’s tijd, met idyllisch wuivende grashalmen.

Op naar het Tharir-plein

Nu willen we zo snel mogelijk voor het eerst naar dat Tahrir-plein, en aangrenzende rivieren, en opnieuw naar Tunesië, waar de mensen genetisch bepaald al gastvrij en hartelijk zijn. Lezer, mag ik u de raad geven om hetzelfde te doen. Je zal het je niet beklagen. De autochtonen daar hebben het nodig, laat hen niet in de steek. Praat met hen, discussieer.

De omwentelingen in de landen van 1001 nacht vervullen ook de Arabische migranten bij ons met trots en nieuwe identiteit. Daar moeten we op anticiperen. Grijp de anti-racistische kracht die uitgaat van de strijd voor de heilige democratie nauwelijx 2 of 3 uur vliegen hiervandaan. Stop de discriminatie, het gezanik over hoofddoeken en moskeeën. Stuur je kinderen naar scholen waar veel maghreb-kinderen zitten. Nodig die uit om te komen spelen.

Gouden kansen

Als democratie welvaart betekent, dan liggen daar voor ons bedrijfsleven gouden kansen voor het grijpen. KBC, Bekaert en Barco, staar je niet langer alleen maar blind op China en India. De Arabische en islamitische wereld bestaat uit meer dan een miljard potentiële consumenten en medewerkers. Investeer daar! De Noord-Afrikanen weten nog wat een Peugeot 504 is.

En dat investeren zou al een stuk vlotter gaan als die nieuwe democratieën vlakbij ons uitzicht zouden krijgen op Europees lidmaatschap. Te beginnen met Turkije, de poort tot die boeiende en wie weet ook bloeiende wereld. Het zou een onvergeeflijke vergissing zijn om Turkije, zelf een economische groeipool, op basis van rafelige ranzige argumenten buiten te houden. Europa krijgt maar 1 dergelijke kans. Onze erfgenamen zouden het ons bijzonder kwalijk nemen als we onszelf afsluiten van een half continent.

Mare Nostrum

Van de oude Grieken over de Romenien en de kruisvaarders tot Erwin Rommel en veldmaarschalk Monty wisten het: de Middellandse Zee is onze Mare Nostrum. Aan weerszijden van de Mediteranue is het zo nu en dan Europa. Nu bij voorbeeld.

Ook de Middellandse zee-staat Israel hoort er uiteraard bij. EU-lidmaatschap zal een steviger basis van stabiliteit vormen dan steunen op corrupte heersers. De zurige reacties van Israel op de gebeurtenissen bij de buren ontgoochelen verschrikkelijk. Toch raar dat het land dat zegt de enige democratie te zijn in een oceaan van dictaturen, geen volksbevrijding aan de grens wil. Israel is meer bevriend met regimes dan met reële volkeren.

En voor de figuren die vinden dat er hier te veel Turken en Tunesiêrs leven en dat die beter weer naar hun land van herkomst trekken…Goed zo! Als die landen democratisch en welvarend zijn, zullen er vele duizenden van bij ons weer naar daar trekken. Als we die landen buiten houden, en extremisme en andere dictaturen een kans geven, zal een nieuwe volksverhuizing van daar naar hier ontstaan.

Jammer dat België geen Europees voorzitter meer is, maar het richtingloze Hongarije. Anders had Steven Van Ackere zich met hart en ziel kunnen inspânnen voor hun en ons welzijn, voor vrede, vrijheid en veiligheid.

@Allen: reageren op deze blog impliceert dat u instemt met de regels voor deelname aan onze discussieforums; lees ze dus – mod

Dank u, Knack

18 / 02 / 2011

Knack leerde ik kennen op de jaarbeurs in mijn stad. Tussen de vaatwassers, mixers, magnetofonografen en stoommachines had Roularta daar in die tijd een stand, waar je normaal gratis nummers kreeg van De Weekbode. Het was november, Knack bestond een half jaar, maar ik had het nog niet gezien. Er over gehoord wel…Onze onvolprezen leraar geschiedenis en esthetica had het soms over het nieuwe blad NEC. Dat klonk veelbelovend, modern. Uiteindelijk bleek het tijdschrift simpelweg KNACK te heten, ons eerste echte informatieblad.

Op woensdagmiddag

In het zog van Knack waagden anderen zich aan concurrentie. Het veel linksere Vrijdag, van Jos De Man, met ondermeer Jean-Luc Dehaene en Hedwig Speliers, hield het een klein jaar vol. Spectator raakte nooit los van het ACV. En Topics, Markant en Komma (of was het Punt?) kwamen zelfs niet van de grond. Intussen kon Knack het bestand vrij gemakkelijk behouden op ruim 100.000 exemplaren. Voor meer dan 1 pluralistisch en open blad is er blijkbaar geen plaats. Knack verscheen niet toevallig op woensdagmiddag, dan konden de onderwijzers en leerkrachten het rustig lezen.

In die dagen bevielen vooral de maatschappelijke artikels mij, criminaliteit, emancipatie der vrouw, abortus, luchtbezoedeling…Ik vond er inspiratie voor thematische groepswerken op school. Maar ik knipte niets uit, want ik zou die leerzame periodieken sparen! Mijn broertje kreeg, na enig aandringen, de reclamebladzijde van de NSU RO 80 (een auto met een wankelmotor).

Twaalf stielen

En warempel, ik verzamelde ze. Het is een forse stapel, hoewel ik maar gedurende een paar jaar een abonnement had, en nauwelijks nummers koop sinds ik op de VRT werk, waar ze met Knacks naar je hoofd smijten na het bijna rituele gevecht om als eerste Koen Meulenaere te verscheuren. Alleen in tijden van watersnood en na een schaar- en lijmpot-aanval van mijn dochtertje, ging er wel eens een exemplaar verloren.

Mijn leven is er één van 12 stielen, 13 ongelukken en 14 verhuizingen, en telkens ging die stapel mee. Tot ongenoegen van helpers en vriendinnen. Dat je boeken spaart en verhuist, OK, maar Knacks…Sindsdien verhuisde ik mijn papier zelf, alleen. Het deed mij denken aan Gerard Reve die aandoenlijk schreef over het vele papier dat hij over de aardkorst meesleepte.

Koppen op de cover

Nummer 1 op 18 februari 1971, met Paul-Henri Spaak en zijn parkiet op de cover, kostte 20 frank. Op de volgende cover stond minister van wetenschapsbeleid Theo Lefèvre.
Dan volgden staatssecretaris van landbouw Tindemans, Walter De Buck, Jos Van Eynde. Bij de Kop hoorde trouwens een volslagen onverstaanbaar interview. In die beginfaze maakte Knack reclame met het argument dat ze ook Creedence Clearwater Revival behandelden. Jawel, dat deed ene Peter Cnop, over onleesbaarheid gesproken…

Verschillende VRT-collega’s schreven een tijd voor Knack, Herman Henderickx , Mieke Strynckx, Ivan Ollevier, Sabine VandePutte. Valère De Scherp bijna, die wilde perse gratis werken, maar dat vertrouwen commercanten uit Roeselare niet.

Anthierens en Struye

Na een paar aarzelende jaren en een bescheiden omvang kwam Knack in 1975 op kruissnelheid. De topperiode duurde tot zowat 1990. Er verschenen sprankelende literaire en stedelijke katernen, Johan Anthierens en Johan Struye deden hun eigenzinnige ding. Opvallend is dat Anthierens nog altijd actueel is en fris klinkt, terwijl de bijdragen van de helaas jong overleden gentleman Struye nu kant noch wal lijken te raken.

Maar ik blijf Struye voor 1 anecdote dankbaar. Ooit stormde iemand opgewonden de redactie binnen, met de kreet: ik heb een primeur!! Voor primeurs moet je bij de kruidenier zijn, antwoordde Struye laconiek.

Ook Rik van Cauwelaert ben ik erkentelijk voor zijn genadeloze afrekening met die zwaar overschatte brave Beatles. In Feiten en Mensen was Gerrit Six weldadig op dreef, Patrick Duynslaegher tilde de filmrecensie op literair niveau. Hoe hij Franse films onderspitte! Het enige emotionele moment was toen de overvoede Gerard Depardieu op een paard klom, dat dreigde te bezwijken, luidde het eens.

Van den Boeynants

Edward Van Heer en Roger Arteel bedreven theaterkritiek die in de buurt kwam van Wim Van Gansbeke op omroep Brabant. Een tijdlang was Paul Van den Boeynants in zekere zin vast medewerker. Zijn Rechten op Antwoord waren langer dan de gedocumenteerde stukken onderzoeksjournalistiek van Walter De Bock waarop hij reageerde. Frank De Moor laakte de ruimtelijke wanorde in Maurice Lippens’ Het Zoute. Ik vermeld nog de voortreffelijke historische bijdragen van Marc Reynebeau, en de cartoons van Gal, al kunnen die ook wel vermoeiend zijn.

Met Frans Sus Verleyen, directeur-hoofdredacteur voor het leven, had ik het moeilijker. Ik herinner mij zijn ontroerende verdediging van Het Onderwijs, maar ook veel pedante stukken. Op het einde van Boudewijn gedroeg hij zich als koninklijk raadgever.

Idolatrie

Verleyens idolatrie voor Verhofstadt en diens nu alleen door zijn ergste vijanden nog vermelde Burgermanifest grensde aan het pathetische. Verhofstadt was overigens de eerste interviewee die een bladzijgrote foto kreeg. Waarom? Tegelijk kon Dehaene nooit iets goed doen.

Dat hele pakket extra-bijlagen en cadeaus in die plastic zak hoeft voor mij niet. Een goed blad bestaat uit 1 stuk. Vrij Nederland dacht ook een tijd dat massa’s bijlagen voor een grotere verkoop zouden zorgen. Op tijd zagen ze in dat dit niet zo is. Focus hoort in de Knack zelf, Weekend zou een apart tijdschrift moeten worden.

Dat was het trouwens in de vroege jaren 80. Eens hadden ze de toen nog sexy Joan Collins op de cover. Met woorden en letters dwars overheen haar décolleté. Zo komen we meteen bij HET pijnpunt van Knack: de mottige omslag-lay-out.

Alleen eind jaren 80, met de rode omranding à la Der Spiegel, had Knack een mooie cover. Helaas gaven ze dat na een paar jaar weer op voor een bollenwinkel van slechte cartoons en lelijke collages.

Toen Hubert Van Humbeeck Verleyen opvolgde, interviewde ik hem voor Actueel. Mijn laatste vraag was of hij nu zou zorgen voor aantrekkelijke covers. Het keulende in donder.
Een blad moet ook zijn anachronismen eren. Hopelijk blijven de rubrieken Dammen en Schaken nog lang behouden.

Herinnering

Een van mijn mooiste Knack-herinneringen speelt zich af in Marokko, tijdens een rondreis in 1991. In de kleine zuidelijke stad Ouarzazate (waar ik zo zat was, in Ouarzazate) lag een kromgetrokken door de zon verkleurde Knack van maanden daarvoor in de kiosk. Voor 20 frank. Het deed me denken aan de Jaarbeurs uit mijn scholierentijd. Dank u Knack.


@Allen: reageren op deze blog impliceert dat u instemt met de regels voor deelname aan onze discussieforums; lees ze dus – mod

Papa, ik verveel me

27 / 01 / 2011

Waar loopt ne mens? Het was het veelzeggende antwoord van een welstellend koppel van middelbare leeftijd op de vraag van hun culturele dochter wat ze in godesnaam gingen zoeken op Batibouw.  Het geldt wellicht ook voor het Autosalon, en de GVA-trofee veldrijden.  Maar wel op tijd thuis zijn om nog wadde van een avond te hebben.

Iedereen met kinderen en leerlingen weet: de verveling bestaat, slaat onafwendbaar toe. Zich te pletter vervelen is geen overdrijving uit een tekenfilm maar een beeld uit de echte werkelijkheid. Na de verveling kan alles weer in de plooi vallen, een verrassende wending nemen of zwaar uit de hand lopen. Het geldt ook voor liefdesrelaties en huwelijken. In ons land zouden we wel eens op het snijpunt van die 3 mogelijkheden kunnen staan.

Vrees de verveling niet

Na een langdurig maar plotseling beëindigd constructiespel met Lego zal een kind een tijd jengelen of hangen om dan Playmobil te herontdekken. Misschien ook komt de kat of de hond voorbij. Vrees de verveling van uw kinderen niet, zeggen de meeste pedagogen en supernanny’s.

Didactische bollebozen wijzen leerkrachten er op dat scholieren functioneren volgens een aandachtscurve. Afhankelijk van leeftijd en nivo kan een jong mens zich 20 seconden tot 20 minuten echt concentreren.

Ooit gaf ik les aan het derde beroep ellentriek, 2 uur Nederlands, sociale opvoeding of maatschappelijke problemen na elkaar, ik wil er van af zijn, de jongens maakten het delicate onderscheid tussen die theoretische vakken ook niet.  Halfweg de eerste lestijd, laste ik een ontspanningsmoment in, een liedje, even uitschreeuwen, een grap of 2. Tussen de twee lessen trok ik naar buiten, de school lag vlakbij een mooie vestingsgordel. Vijf minuten was de bedoeling. Elke week duurde het langer. Op het einde van het schooljaar verging het volledige tweede lesuur aan een wandeling in het groen. Tot op heden heeft niemand zich daarover beklaagd.

Nieuwe creativiteit

Verveling leidt in het beste geval tot nieuwe kreativiteit. Punk, een van de heerlijkste rock-fenomenen , is uit verveling ontstaan, in het werkloze Groot-Brittannië van Phil Collins en Supertramp. Grunge kon alleen in de woestenij Seattle ontspringen, Red Zebra in Bruges-la-Morte, de Brassers in Limburg, Danny Fabry in Londerzeel.  

Veel politieke omwentelingen hebben evenveel met jonge verveling als met echt gefundeerd ongenoegen te maken. Mei 68 ontstond na een conflict over niet-gemengd zwemmen in Nanterre. Wilden de studenten van Leuven Vlaams zich ook niet vooral onttrekken aan de verstikkende grijze macht van de soutanes en mijters op de universiteit?

Eind jaren 80 kreunde het hele Oostblok, incluis de Sovjet-Unie, onder een dodelijke verveling. Eenmaal president verveelde Walesa zich op zijn beurt het pleurus op het lijf. Dat doet hij nog. De Jasmijn-omwentelingen in de Arabische wereld hebben zeker ook met gebrek aan plezier, cultuur, moderne tijd te maken.

Veelzeggend dat er ook in Saoedie-Arabië al betogingen zijn. Nog  voor een lange rondreis doorheen Jemen,  in een vliegtuig volgestouwd met Jemenieten die van overal ter wereld naar hun oude familie van herkomst reisden, was mij duidelijk dat de mensen het in dat gebied bestierven van saaiheid. Wie niet wegraakt, beroest zich dagelijks aan de drug qat.

Keurig maar gezapig

Verwende nesten verwerpen soms opeens schrijnend ondankbaar een keurig maar inderdaad enigszins gezapig  systeem. Zouden ze in Nederland geen heimwee hebben naar paars, het Poldermodel, Wim Kok? Was het nu echt de bedoeling van de argeloze  bestormers  van het oude christendemocratische en maffieuze Italië dat Berlusconi het voor het piepen zou krijgen?

In de Verenigde Staten hebben ze blijkbaar door dat teaparty’s nog minder boeiend en vooral dodelijker zijn dan yes we coffeecan. Israel moet beseffen dat de Palestijnen hun geschiedenis niet ten eeuwigen dage in gelaten uitzichtloosheid zullen ondergaan.

Altijd weer dezelfde clichés

Bestudeer de opnames van onze politieke onderhandelaars na 7 maanden. Die lusteloze houding, de uitdrukkingsloze gezichten, de geeuwverwekkende tronies, het slappe rode strikje, uitgelopen mascara, de slecht geacteerde verontwaardiging, het ongewassen haar, het bruine slechtzittende pak, de semi-Sharon-achtige comateuze dikhuidigheid, de herkauwende politologen, die triestige nieuwjaarsrecepties, altijd weer dezelfde clichés in de steeds moeizamer opgehouden microfoons.

Ja maar nee, wie ons niet wil moet het zeggen, nee, JIJ moet dat doen, de bal ligt nu in hun kamp, nieuwe voorwaarden, niet overhaast te werk gaan, de situatie is anders, daar gaat het niet meer over, we hebben 1 miljoen kiezers. HELP!!

Een sprankelend signaal

Ik vond de betoging tegen de politieke besluiteloosheid een sprankelend signaal. Ja akkoord er waren meer mensen op het salon voor vrije tijds-voertuigen. Maar de in de Heizelhallen regende het niet, en de  bezoekers daar hadden geen affiches gemaakt met geestige en juiste opschriften als: laat me niet alleen ne me quitte pas, uw ego of onze toekomst, ceci n’est pas un slogan en Martine-Tiny sans gouvernement zonder regering.
Daarom is het erg dat een Brusselse krant het bestond om Vlamingen en Walen te tellen. Niets beters te doen?

Het zou aan de andere kant ook fout zijn als de 7 onderhandelaars de betoging zouden negeren, of recupereren.  Splits BHV, behoud de mosselen-friet.  En na een onderhandelingssessie van een lesuur moeten Johan, de 2 Woutertjes , Bart, Caroline,  Elio, Joëlle en Eaux-de-Javaux in het park gaan wandelen. Hoe langer hoe beter.

@Allen: reageren op deze blog impliceert dat u instemt mezt de regels voor deelname aan onze discussieoforums; lees ze dus mod